Nachtwind  > Hapé Smeele  > Een andere werkelijkheid

Een andere werkelijkheid

Hapé Smeele

Met tekstbijdragen van  Evert de Vos

 

Prijs € 20,- (gratis verzending)

Hardcover omslag, 97 pagina’s,

79 zwart/wit foto’s in duotone

Formaat 15 x 24,5 cm

 

Deel I van een drieluik over ‘Kwaliteit van leven’.

Een fotoboek over ernstig verstandelijk gehandicapten. Ontwerp: Jannie de Groot

 

Het boek werd bekroond met de ‘Woord & Beeldprijs’.

 

Direct bestellen? Mail naar:

erik@nachtwind.nl

Betalen hoeft pas na ontvangst.

 

 

 

Ruim een jaar lang fotografeerde Hapé Smeele een groep ernstig verstandelijk gehandicapten.

Een zeer bijzondere ervaring in een cultuur waarin het intellect het hoogste goed lijkt te zijn in een mensenleven.

 

Ernstig verstandelijk gehandicapten beleven de wereld anders dan wij. Zij leven in een andere werkelijkheid. Contact met hen is als contact met een andere cultuur. Je eigen referentiekader staat ineens ter discussie. Plotseling zijn de  jarenlang gekoesterde waarden en normen niet meer zo absoluut.

 

In de fotodocumentaire en de geschreven portretten van Evert de Vos wordt verschillende van deze mensen gevolgd. Het toont ons het volle emotionele leven dat zij leiden. Een leven dat liefde, verdriet, pijn, geluk, uitbundigheid, tevredenheid, angst en eenzaamheid kent. Een ontroerend portret van mensen in al hun breekbaarheid; mensen die meer zijn dan slechts representanten van een groep.

 

Uit het voorwoord door Hans Korteweg

 

 

Er is een groot verschil tussen kijken en zien.

Kijken doe je van een afstand, zien is intiem.

 

Kijken doe je naar iets of iemand. Of je nu naar de televisie kijkt of op je horloge of door een sleutelgat, je blijft een toeschouwer. Als je ziet daarentegen ben je met iets of iemand; het is deel van je bestaan. Je kijkt naar een zonsondergang of je ziet hem. Je kunt naar het licht kijken, maar het is toch iets heel anders als je het ziet.

 

Ieder mens heeft het vermogen om te kijken en te zien, maar veel mensen geven er de voorkeur aan vooral kijkend door het leven te gaan. Dat is niet verwonderlijk, want het is riskant om te zien. Als je iets echt ziet, heeft dat consequenties voor je bestaan, terwijl je kijkend buiten schot kunt blijven. Daarom zijn de kijkcijfers hoog en zijn er maar weinig zieners.

 

Hapé Smeele, de maker van dit boek, is zo’n ziener. Hij maakt geen foto’s van buitenaf, maar van binnenuit. Het zijn niet in de eerste plaats de verschijnselen die hem interesseren – de ‘lekkere plaatjes’ – maar het leven in de verschijnselen, de ziel van de dingen. Geduldig en vasthoudend zoekt hij naar de essentie in de vorm, net zolang tot hij die ziet en kan vastleggen in dat ene moment dat een foto duurt.

 

Behalve een ziener is hij ook iemand die goed kan kijken. Hij neemt afstand van zijn onderwerp, beschouwt het van alle kanten, stelt zich vragen en komt dan weer dichterbij. Hij verstaat de kunst om zijn hart niet te verliezen terwijl hij kijkt. Iedere foto in dit boek getuigt daarvan. Doordat hij deze kunst verstaat, wordt zijn kijken tot een tere distantie, die geen vervreemding teweegbrengt, maar respect. Wat hij ziet en laat zien is hoe het leven zich beleeft in menselijke gedaante. Het gehele scala aan ervaringskleuren toont hij: angst, uitbundigheid, afkeer, devotie, vreugde, wanhoop, tederheid en de vele andere tinten – zonder fatsoensvlies, zonder masker. Het naakte bestaan van dat wonderlijke wezen mens, zo onvolmaakt en zo perfect in zijn onvolmaaktheid.

 

Smeele is niet gericht op snel resultaat. Hij heeft niets van de flitsende plaatjesjager die komt, ziet en schiet. Hij bereidt zich langdurig voor. Soms, zoals bij dit boek, is hij wel een paar jaar bezig met één project. Hij maakt contact met de mensen die hij wil fotograferen. Hij gaat een verbintenis met hen aan. Als een huisgenoot. En als een huisgenoot mag hij tenslotte bij hun meest intieme momenten aanwezig zijn.

 

De vriendelijke hardnekkigheid waarmee hij zich vastbijt in zijn onderwerp, komt ook tot uitdrukking in het resultaat. De foto’s hebben een indringende kracht. Je kunt er bijna niet beschouwend naar kijken. Voor je het weet, kijken ze naar jou en komen ze bij je binnen en bemoeien zich met je gevoelens en je gedachten. Je wilde wat bladeren, maar opeens wordt er in je gebladerd en ritselen de bladzijden van je levensboek aan je voorbij. Zo verging het mij tenminste al meteen de eerste keer dat ik de foto’s zag. De foto’s werden mij per post toegezonden. Ik maakte de doos met de foto’s open en keek ze snel door, want ik had weinig tijd. Het waren zwart-wit beelden. Ze zagen er niet aantrekkelijk uit, vond ik. Het drong niet tot mij door wat ik zag. Ik dacht nog wel: ‘Er is iets vreemds mee’. Toen zag ik de foto van de man in het kleine bad in het grote bad, die nu op de omslag van dit boek is afgebeeld. Ik barstte in lachen uit. Dat opgevouwen lichaam in dat beetje water, met dat serieuze gezicht erboven en al dat water er omheen! Ik kon mij dat opeens zo goed voorstellen. Ik herinnerde mij de eerste keer dat ik als kind in het zwembad was, die galmende geluiden, al dat lawaai en dat water – hoe eng ik dat had gevonden. En daar zag ik nu die grote man, die heel ernstig keek, alsof hij met een boekhoudkundig probleem bezig was, en ik begreep dat hij bang was. Bang als een kind. Bang voor dat grote water. En dat hij het toch probeerde.

 

Maar wat voor een man was dat? Ik keek snel naar een paar andere foto’s en toen zag ik het opeens: het waren allemaal verstandelijk gehandicapten. Ik legde de foto’s neer en ging weg, maar die ene foto bleef mij bij. Steeds weer zag ik hem voor mij.

 

Ik kwam thuis en nam de stapel foto’s weer op. Ik bekeek ze opnieuw, nu met aandacht. Ik zag de foto van de man met zijn hoofd tussen zijn handen, lopend op het pad met de kale bomen, alsof hij elk moment kan gaan schreeuwen. En de prachtige lieve foto van de das die gestrikt wordt. De man met zijn vader, hoofd tegen hoofd, heel vertrouwelijk, de armen om elkaar heen – wie houdt wie vast? De biddende vrouw. De afweer van Wendeline, in zichzelf opgesloten, en toch… Foto na foto. Zwart-wit, zonder glamour.

 

Maar overal zag ik liefde. Alles wat ik zag, was niet vreemd, was niet daar, maar kende ik in mijzelf. Ik kon het zien en ik kon het ervaren omdat zij het zo onverbloemd lieten zien en omdat hij – Hapé Smeele – het had willen zien.

 

De hoofdpersonen van dit boek zijn verstandelijk gehandicapten. Vroeger werden ze zwakzinnigen genoemd en nog vroeger dwazen. Het frappante is dat ik geen gehandicapte mensen zie als ik naar de foto’s kijk, geen zwakzinnigen, geen dwazen. Ik zie niet het gebrek, ik zie het vermogen: het vermogen om met grote kracht ongefilterd te beleven, zonder zelfreflectie. Ik zie de gezichten van het leven.

 

Hapé Smeele heeft deze gezichten van het leven gefotografeerd. Hij heeft de mensen een jaar lang gevolgd in hun bestaan, hij is van hen gaan houden en hij heeft geregistreerd wat hij zag. Hij registreerde een andere werkelijkheid. Een andere werkelijkheid, niet van anderen, maar van onszelf.

Het is een prachtig boek.

 

Hans Korteweg